Een mierenprobleem ?
We bespreken enkel de mieren die het meest voorkomen in België. Er zijn tot nu toe ongeveer 12.000 soorten beschreven. Je begrijpt dat we er maar enkele zullen beschrijven die af en toe in onze woningen voor problemen zorgen.
Inleiding:
Mieren zijn sociale insecten. We houden er rekening mee dat ze met enkele tientallen tot enkele duizenden individuën in kolonieverband leven. De meeste mieren zijn zwart of bruin. Er zijn ook groene mieren, zilvergrijze mieren die we hier niet zullen beschrijven. Er is altijd een taakverdeling onder de mieren. De mannetjes dienen enkel en alleen voor de voortplanting, na de voortplanting sterven ze. Na de bevruchting sticht de koningin een nieuwe kolonie mieren.
Soldaten:mieren
Bij bepaalde soorten mieren bestaan er ook soldaten (dit zijn grote werksters) die het nest verdedigen. Dus hier geen mannetjes in het leger. De mannetjes zijn vooral gravers, ze hebben grotere kaken. Deze die we boven de grond zien zijn meestal de oudere mieren, die op zending zijn als verkenner, vooral om voedsel te zoeken. Mieren worden als oudere, minder belangrijk aanzien als ze boven de grond (in de gevarenzone) sterven. De mierencommunicatie gebeurt hoofdzakelijk door middel van geurstoffen, ook wel feromonen genaamd. Mieren herkennen elkaar aan de geur. Als er mieren van een andere kolonie het nest binnenkomen , zullen ze onmiddellijk verwijderd of gedood worden.
Mieren gebruiken feromonensporen om de weg naar het nest te vinden. Ze hebben ook nog andere methoden om hun weg te vinden. Mieren kunnen ook het aantal stappen tellen die ze genomen hebben sinds hun vertrek. Als een mens een mier oppakt en verplaatst zal ze in moeilijkheden komen om het nest terug te vinden. De zwarte wegmier leeft vooral van de afscheiding van bladluizen, men noemt dat honingdauw. De zwarte wegmier zal luizen beschermen tegen haar vijanden zoals lieveheerbeestjes, ze gebruikt daarvoor mierenzuur, om de lieveheersbeesjes te verjagen.
Kolonies:mieren
De meeste mierenkolonies hebben maar één koningin, maar er zijn per uitzondering ook meerdere koninginnen. Op bepaalde tijdstippen ontstaan er gevleugelde mieren, mannetjes en vrouwtjes die op warme dagen uitvliegen, dit noemt men de “bruidsvlucht”. Na de bruidsvlucht en de paring sterven de mannetjes af. Het wijfje “een nieuwe koningin”, knipt haar vleugels af en zoekt een geschikte nestplaats waar ze een nieuwe kolonie mieren sticht.
De koningin en de larven (diapauze) overwinteren. Ze zijn zowel carnivoor als herbivoor als omnivoor(alleseter). Ze kunnen bijten met hun kaken, mierenzuur spuiten en sommige soorten hebben zelfs een angel.
Er zijn in België een 70-tal soorten mieren . De meeste soorten (die buiten onze gebouwen leven) zijn nuttige dieren daar ze zich voeden met o.a. andere schadelijke insecten.
Identificatie.
Hier volgt een sleutel die enkel leidt tot mierensoorten die af en toe in huis worden gesignaleerd.
Tuinmieren : zwart-bruin. Koningin kan tot méér dan 1 cm. groot zijn.
- Achterlijfsteel, de verbinding tussen thorax en gaster bestaat uit 2 segmenten.
- Achterlijfsteel, de verbinding tussen thorax en gaster bestaat uit 1 segment.
Grasmieren
Donkerbruin tot zwart, 2.5 à 4 mm. Lang, borststuk achteraan met langs weerszijden een stekel.
Faraomieren
- Lichaam geelachtig, uiteinde achterlijf donker; 2,8 mm. à 3 mm. borststuk achteraan glad d.w.z. zonder stekels.(manomarium pharaomus:(faraomier).
Glanzende houtmier
- Lichaam glanzend zwart met lichter gekleurde poten (lasius fuliginosus) (glanzende houtmier)
Bruine mier
-Lichaam tweekleurig: thorax roodachtig tot geelbruin, kop en gaster donkerder (lazius brunneus:-bruine mier)
Zwarte wegmier
-Lichaam zwartbruin (lasius niger:zwarte wegmier)
Specificatie van enkele die bij ons veel voorkomen:
De GRASMIER (Tetramoriumcaespituum)
De nesten bevinden zich onder stenen of in vermolmde stronken op zonnige plaatsen. Ze houden doorgaans van de zon. Gewoonlijk liggen ze oppervlakkig en zeer uitgebreid waardoor de omvang moeilijk te bepalen is om het nest te vinden moet men de mierenstraten volgen. Hun gewoonten volgen is nogal een tijdrovende bezigheid, daarom zullen we middelen gebruiken waarbij ze zelf het nest uitroeien. Deze soort wordt ook tijdens de winter gesignaleerd rond buizen van de centrale verwarming die in de grond liggen.
Grasmieren houden van warmte en omdat ze tijdens de winter ook warmtebronnen vinden, zoals centrale verwarmingsinstallaties komen deze soort ook meer voor dan andere. Ze voeden zich vooral met suikerhoudende producten die ze ook eerder in huis vinden, maar op vlees zijn ze ook verlekkerd. Hun nest bouwen ze soms rond buizen van de centrale verwarming.
De ZWARTE en de BRUINE WEGMIER.
Dit is het soort waar we het meest mee te maken hebben.
Ze is niet aan een bepaald biotoop gebonden en men vindt ze zowel in stadstuinen (vaak onder terrassen) , als in de vrije natuur. Ze nestelen zich vaak in spleten en spouwen in de muur en in de isolatie. Bij deze soort is een behandeling niet gemakkelijk omdat de mierenstraten soms niet te volgen zijn om zo het nest te ontdekken. Bij behandeling van deze soorten gebruiken we technieken en verdelgingsmiddelen van de nieuwste generatie om de mierenproblemen op te lossen .Toch is het niet onmogelijk dat een herhaling nodig is. De weersomstandigheden zijn van groot belang, bijvoorbeeld extreme droogte of langdurige regen kan de behandeling beinvloeden.Deze waar we soms last van hebben leven meestal onder de grond. Er zijn kleine en grote mierenkolonies. Soms zijn het er een paar duizenden, soms zijn ze met milioenen. Ze hebben voelsprieten waar ze uiteraard kunnen mee voelen, maar ook ruiken. De meeste hebben ogen maar daar hebben ze niet veel aan in het donker nest. De mierencommuniecatie gebeurt hoofdzakelijk door middel van geurstoffen, ook wel feromonen genaamd. Ze herkennen mekaar dus aan de geur. Als er van een andere kolonie het nest proberen binnen te dringen zullen ze onmiddelijk verwijderd of gedood worden.
Ze gebruiken feromoonsporen om bijvoorbeeld de weg naar het nest te vinden. Ze hebben ook nog andere methoden om hun weg te vinden, zo kunnen ze het aantal stappen tellen die ze genomen hebben sinds hun vertrek uit het nest. Als je wil overtuigd zijn daarvan, kan je het eens uit testen door een mier op een blad papier te laten lopen en ze dan een vijftal meter verder,( waar er geen lopen van deze kolonie) neer te zetten, ze zal heel moeilijk de weg naar het nest terug vinden of zelfs niet.
De meeste mieren bouwen hun nest buiten. Deze die meestal in onze huizen voorkomen zijn, ofwel de grasmieren, zwarte en bruine wegmieren, of faraomieren.
We zien de bruine en zwarte wegmier binnen, maar ze komen van buiten naar binnen om voedsel te zoeken.
Het zijn bacteriendragers en brengen deze over op onze voedingswaren. Dit is een belangrijke reden om ze buiten te houden.
De mannetjes dienen enkel en alleen voor de voortplanting, na de voortplanting sterven ze. Na de bevruchting sticht de nieuwe koningin een nieuwe kolonie. Ze legt eieren waaruit onvruchtbare werksters komen. Die werksters verzorgen het broed, bouwen het nest verder uit en verzamelen het voedsel.
Bij bepaalde soorten bestaan er ook soldaten(dit zijn grote werksters) die niet noodzakelijk alleen het nest verdedigen maar ook andere taken uitvoeren. Ze zijn vooral gravers, omdat ze grote kaken hebben waarmee ze goed kunnen graven. Deze die we boven de grond zien zijn meestal de oudere, die op zending zijn als verkenner, vooral om voedsel te zoeken. Ze worden als oudere minder belangrijk aanzien als ze boven de grond(in de gevarenzone) sterven zij zijn het die meestal opdraaien voor de verdediging van het nest.
Grasmieren houden van warmte en omdat ze tijdens de winter warmtebronnen vinden zoals centrale verwarmingsinstallaties komen ze ook meer voor dan andere. Ze voeden zich vooral met suikerhoudende produkten die ze ook in huis vinden. Op vlees zijn ze ook verlekkerd. Hun nest bouwen ze soms dichtbij buizen van de centrale verwarming.
Meestal bouwen mieren hun nesten buiten. De soorten die veel in gebouwen opduiken zijn onder andere : de zwarte en de bruine wegmieren, de grasmieren en de faraomieren. Altijd zijn ze op zoek naar voedsel. Je kan maar beter verdelgen zelfs al zijn hun nesten buiten, want ze dragen bacterien over op onze eetwaren.
Nog een goede reden om de zwarte wegmier te weren is namelijk;
ze jaagt op lieveheersbeestjes door ze te bespuiten met mierenzuur.
Waarom doet ze dat?
Net als lieveheersbeestjes verlekkerd zijn op bladluizen, is de zwarte wegmier verlekkerd op de zoete uitscheiding die de bladluizen produceren.
U kan dus de lieveheersbeestjes beschermen door de zwarte wegmier uit te schakelen.
Lieveheersbeestjes hebben ook een verdedigingsmiddel tegen hun natuurlijke vijanden. Ze kunnen bij gevaar een bittere substantie afscheiden waardoor ze niet aantrekkelijk zijn voor anderen, bijvoorbeeld vogels.
Lieveheersbeestjes kan men bekomen in de gespecialiseerde handel om bijvoorbeeld in de serre te plaatsen voor bescherming van gewassen tegen bladluizen.
Het nadeel is dat je moet gaas aanrengen aan de verluchtings openingen om het wegvliegen van de lieveheersbeestjes te vermijden.
Het viervlekken lieveheersbeestje(zwart met achteraan twee rode vlekken) wordt voor wollige dopluizen veel ingezet, omdat ze minder geneigd zijn om weg te vliegen.
Een mierenprobleem, raadpleeg Allkill.
Indien je nog vragen hebt betreffende problemen met eender welke insecten, een expert geeft u graties advies .
Allkill, er is geen betere service.

