Ongediertebestrijding en Insectenbestrijding

Soorten ongedierte die frequent aanleiding geven tot hinder in en om gebouwen:

Op ons blog zullen we regelmatig een onderwerp uit onze ervaring met ongedierte , ongediertebestrijding , insectenbestrijding in meer detail bespreken.

  • HOUTAANTASTING
    Boktor, grote houtworm of klopkever, ook doodskloppertje genaamd, houtworm, huisboktor, huiszwam, kelderzwam, schimmels, spinthoutkevers, zwammen.
    Houtaantastende insecten gedijen het liefst in vers hout of hout met schimmels (in een vochtige omgeving).
    Plaats daarom uw meubelen op een afstand van de muur zodat er ventilatie tussen kan.
    Voor de Doe-het Zelvers onder u geven wij gratis advies betreffende houtwormbehandeling (bijvoorbeeld behandeling van dakconstructies).
  • INSECTEN
    Bedwantsen, huisstofmijten, kakkerlakken, rijstmeelkever, graankalanders, rijstkalanders, kleermot, huiskrekel, mieren, mijten, muggen, stalvliegen, huisvliegen, herfstvliegen, vleesvliegen, fruitvliegen, grasvliegen, vlooien, wespen, voorraadparasieten, schurftmijt, faraomieren. De ontwikkeling van insecten is maximaal in een vrij warme, vochtige omgeving. Een ventilatie in uw lokalen kan vele problemen voorkomen.
  • KNAAGDIEREN
    Muizen, ratten, bruine rat, zwarte rat. Knaagdieren komen veelal voor dicht bij voedselopslag of afval van eetwaren. Goed afschermen is zeer belangrijk (door knaagvrije verpakking: box of container in harde materialen).
  • ANDER ONGEDIERTE
    Pissebedden, zwijntjes, spinnen.
  • ONTSMETTEN

    • Ontsmetting: Werkruimten, koelruimten
    • Bij defecten van koelruimten of slecht werkende koelinstallatie loopt men het risico op salmonellabesmetting.
    • Verwaarloosde woningen die sterk bevuild zijn vormen een gevaar voor de volksgezondheid. Een professionele ontsmetting is dikwijls nodig.

Meer info over ongediertebestrijding en insectenbestrijding

Enkele veel voorkomende behandelingen in de ongediertebestrijding / insectenbestrijding :

  • FARAOMIEREN
    Daar de Faraomier uit de tropen afkomstig is, kan zij zich in ons klimaat alleen in verwarmde gebouwen handhaven. Door de geringe afmetingen van de werksters (±2,4 mm. lang) kan ze zich via zeer nauwe, soms nauwelijks zichtbare spleten toegang verschaffen in muren enz. Zodra faraomieren zich ergens gevestigd hebben, verspreiden ze zich vrij snel naar aanpalende gebouwen. De werksters zijn bruingeel met donkergekleurde kop en zijn ± 4 mm. De mannetjes zijn zwartbruin met bleekgele poten en iets kleiner.
    Periodiek zijn in de kolonies ook gevleugelde vrouwelijke en mannelijke exemplaren. Nieuwe kolonies worden gesticht in de omgeving, onder de vorm van dochterkolonies (in ons klimaat komen dochterkolonies minder voor). Ze zijn verlekkerd op rottende vleeswaren. Je kan het uittesten met een stukje lever. Ze kunnen ziektes overbrengen van mens op mens door zich bijvoorbeeld van wonde tot wonde te verplaatsen. Bijv. in ziekenhuizen kunnen ze zo het HIV-virus overbrengen naar een ander patiënt. In ziekenhuizen is men er als de dood voor (bij vaststelling ons onmiddellijk raadplegen).
  • VLIEGEN
    Algemeen: Aangezien de generatietijd van een vlieg kort is en er veel nakomelingen zijn, resulteert de selectie met insecticiden in een snel optreden van resistentie.
  • DE HERFSTVLIEG (lijkt bijzonder goed op de huisvlieg)
    We hebben er vooral contact mee in de herfst wanneer ze met honderden komen overwinteren op zolders en ander beschutte plaatsen, tussen isolatiepanelen of dubbele wanden. Verdelging behoeft een specifieke methode.
  • DE GRASVLIEG
    Komt ook overwinteren in de herfst (zoals de herfstvlieg), maar in nog grotere getale, we hebben soms met honderdduizenden te maken. Kadavers van deze vliegen lokken andere insecten
  • MIJTEN (Acarina) in woningen
    De in woningen voorkomende mijten zijn merendeels nauwelijks met het blote oog zichtbaar. Enkele soorten zijn voor de mens een belangrijke parasiet. Sommige (heel zeldzaam) zijn in staat om direct bloed te zuigen. Ze kunnen allergieën veroorzaken, hevige jeuk en roodheid teweeg brengen. Verdelging behoeft professionele aandacht en methodes.
  • BEDWANTSEN (cimex lecturarius linnaeus)
    Men heeft bedwantsen er lang van verdacht overdrager te zijn van ziekteverwekkende bacteriën, doch recent onderzoek bevestigt dit niet. Sommige mensen zijn heel gevoelig voor de steek van de bedwants en bezorgt hen slapeloze nachten. Men kan veelal hun aanwezigheid waarnemen door bloedvlekjes op het beddengoed.
  • VLOOIEN (siphonaptera)
    90% van de gevallen betreffen de kattenvlo, de overige 10% kippen- of vogelvlooien.

    Verschillende Soorten: Er komen meer dan 50 soorten in onze streken voor die echter van minder belang zijn voor de mens.

    • MENSENVLO (Pulex irritanans)
      Mensenvlooien zijn zeldzaam geworden.
      Indien men vandaag de dag een mensenvlo oploopt, is dat bijna altijd omdat men in een
      varkensstal is geweest. Maar indien men deze vlo mee in huis neemt is de kans groot dat hij niet zal overleven daar onze huizen te droog en in de regel te proper zijn, waardoor de larven geen kans krijgen zich te ontwikkelen.
    • KATTEVLO (Ctenocephalides felis)
    • HONDENVLO (Ctenocephalides canis)
      Honden- en kattenvlooien lijken zoveel op elkaar, dat men ze gemakkelijk verwisselt. Bovendien kunnen beide soorten zowel op honden als op katten leven. Als onze huisdieren er echter veel hebben, worden de kansen dat de vlooien mensen gaan bijten natuurlijk groter.
      Werkelijke plagen ontstaan als de achtergebleven vlooien geen andere keus hebben dan de mens. In dit geval moet men zicht troosten met de wetenschap dat vlooien zonder hun gastheer niet kunnen vermeerderen, maar ze kunnen maandenlang op een dieet van mensenbloed leven.

      Zo komen ook minder bekende soorten in contact met mensen en steken hen.
      Dit zijn:
    • KIPPENVLO (Ceraophyllus gallinae)
    • VOGELVLO (Ceratophyllus colombae)
      Kippen- en vogelvlooien overwinteren in nesten van vogels en kippen, in hun cocons. Door de warmte van de zon worden ze te voorschijn gelokt. Als ze er niet snel in slagen om een kip of een vogel te vinden om bloed te zuigen beginnen ze weg te trekken. Zo kan men ze in huis krijgen. Of bij werken in kippenrennen of vogelhokjes. Kippen- of vogelvlooien kunnen zich alleen voortplanten in de nesten van hun gastheer. Vogel- en kippenvlooien blijven gelukkig binnenshuis maar kort leven.
  • KAKKERLAKKEN – BLATTIDAE
    Frans: Blattes, cafars, canchrelts
    English: Cockroaches
    Deutch: Schaben

    Er zijn 4 soorten kakkerlakken die vaak in woningen en opslagplaatsen in ons land worden gemeld. In de vrije natuur komen nog enkele soorten voor die helemaal geen hinder veroorzaken. De hinderlijke soorten komen allen uit tropische streken, wat hun voorliefde voor goed verwarmde ruimten verklaart. Ze kunnen zelfs niet overleven in de vrije natuur.

    Kakkerlakken behoren tot onze grootste insecten die binnenshuis voorkomen. Ze zijn afgeplat en de kleur van het lichaam varieert van geelbruin naar bruin, bruinzwart tot blauwzwart. De antennen zijn zeer lang en de poten zijn fors bestekeld.

    Ze zijn lichtschuw en wanneer er voldoende schuilplaatsen zijn, ziet men ze niet overdag. Ze zitten verscholen in spleten en kieren. Er kunnen lijmvallen geplaatst worden om er enkele te vangen voor identificatie.

    We bespreken op ons blog de volgende 4 soorten:

    • De Duitse Kakkerlak: Blattella Germanica
    • De Oosterse Kakkerlak: Blatta orientalis
    • De Amerikaanse Kakkerlak: Periplaneta Americana
    • De Bruinbandkakkerlak: Supella Sapellectilium